Zelf een lamp ophangen: waar let u op?
Een lamp ophangen is geen groot werk, maar wel werk waarbij u met stroom bezig bent. Vier dingen die u vooraf regelt, en één moment waarop u beter kunt stoppen.
Eerst de groep eruit
Niet de schakelaar uit, maar de groep in de meterkast eruit. Een schakelaar onderbreekt soms alleen de fase en niet de nul, en dan staat er nog spanning op de draden.
Controleer daarna met een spanningszoeker of er echt niets meer op staat. Kost tien seconden.
Kijk welke draden u heeft
Standaard vindt u drie draden: bruin is de fase, blauw is de nul, en geelgroen is de aarde. In oudere huizen komt u ook zwart en rood tegen — laat dat door iemand met verstand van zaken bekijken voordat u aansluit.
Heeft uw lamp een aardaansluiting en uw plafond geen aardedraad, sluit hem dan niet aan. Dat is het moment om iemand te bellen.
Let op het gewicht
Een plafondhaak of een gipsplaat draagt lang niet alles. Bij een zware lamp — en dat begint al rond vijf kilo — boort u in het beton of gebruikt u een plug die geschikt is voor de constructie. Kijk in de specificaties wat uw lamp weegt.
Hoogte bepalen vóór het vastzetten
Bij een verstelbare pendel kort u de kabel meestal in. Meet eerst waar de lamp moet hangen, laat iemand hem vasthouden, ga zitten aan tafel en kijk of het klopt. Pas daarna inkorten. Zie hoe hoog hangt een hanglamp boven de eettafel.
Wanneer u het uitbesteedt
Bij twijfel over de bedrading, bij een lamp zwaarder dan tien kilo, bij een vide waar u op hoogte moet werken, of bij een nieuwe aansluiting die er nog niet ligt.
Bij zakelijke projecten doen wij de installatie zelf, in heel Nederland en België. Meer daarover op de pagina zakelijke klanten.
Terug naar de kennisbank



